Berceuse




Ik wieg je over naar de nacht. Rust, ruimte aan jouw dromen. Je verlaat die ene werkelijkheid, laat je zien aan sterren en planeten, rare vogels en zij die er ook niet zijn. Onderweg naar het ontwaken, zweef je over akkers en stromen, stijg je hoger dan bomen en scheer je terug in jouw bed.

Bomviagem




Forensen benen zich naar de trein, verplaatsen hun voeten op het perron waarop tentakels temperend glas tegen het licht houden. Ik verlaat onaangeroerd de metropool en bevind mij tussen mensen wiens taal zangerig in mijn hoofd weerklinkt. Euforisch dat het gelukt is, verdwaalde ik in mijn gedachten. Verlangend tuurde ik naar nieuwe bergen, door snelheid onscherpe voorgrond.

Estrella




Onderweg … links en rechts, voor en achter ons, besneeuwd landschap. Vooraf gewaarschuwd door haar-speld-bochten, onderweg naar de hemel. De veelkleurige lucht bewonderd zal weldra plaats maken voor diepe zwarte gaten; vonkjes perforeren de oneindige nacht. Ik ben daar geweest waar ik met een ander niet kon zijn. Ik liet achter, wat ik niet meer kon dragen. Ongrijpbare reflecties markeerden de route die ons onveilig leek.

Johnny




Wielen draaien, langzaam wordt het licht. Door water gedragen bereikte je de overkant. Slingerend over door hagen verborgen wegen. Eenzaam in je zijn, alles overziend, de regie over onvoorstelbare krachten, veilig … niemand kon jou ontwrichten. Gepest, door de schooldirecteur aangemoedigde klasgenootjes, was de basis gelegd voor levenslange onzekerheid. Uiteindelijk nam je afscheid van alles dat jou voortbewoog, dieselde je niet meer door het leven, kon je ons en Emmelou Harris niet meer horen.

Krabbescheer




Een beschermde soort, dat was ook mijn lieve vriend Eric†. We hadden België al ontdekt voordat er überhaupt Belgen woonden. Wij genoten van hun bier voordat het gebrouwen werd en zelden dronken. Overnachtten onder bomen die speciaal voor ons, bij elkaar waren gaan staan. Nachtegalen genoten van onze avonden. De benzinebrander sisten slangen weg. Wij, wij waanden ons meestergitaristen. Brandende kelen, knetterend kachels vuur. Nummers, nooit gespeeld! Over ons podium spookten Paco, Jango, Jimi, Andres, Julian, Baden later Jazz, veel Jazz … en altijd tegen de wind in.

Vaak onbegrepen, begrepen wij elkaar niet. Je bent er – soms even tussenuit.

Lola … !

Ma Mère




Vrijdags zwieberde onze mam voorzien, van wat het weer haar vraagt, richting dorpsbibliotheek. Het verlangen de werkelijkheid van een boek haar wereld te laten zijn spoedde haar voort. De dynamo loeide het voorwiel rond – op weg naar het door zwaar kaft omvouwde boek. Na ontvangst, in haar paarse linnen tas op zijn rug gelegd. Geen filosofisch gewicht dat in letters de pagina’s siert. Enkel een betoverende inhoud waarvan de figuranten enkel in haar hoofd deden wat geschreven stond. Eenmaal thuis wind en koude doen vergeten wachtte het boek geduldig af. De volgende dag, de dag erna …

Paradigme




Vanuit het raam de omlijste stad, waarboven dansende wolken, overzie ik het betonnen landschap. Onbewogen in veelvormigheid, dienend aan zij die gedwee de geldende Corona-regels, achter glazen deuren verdwijnen. Temporiserend in vooraf bepaalde richtingen, kruisende mensen, ieder in eigen dynamiek. De wind volgt onverstoorbaar de grilligheid van het betonnen landschap, niet verwaaid in patronen koelend de leegte, een eenzame passant zich bijzonder maakt.

Solitude




Enigma (Edward Elgar), een prachtige foto van Luno – een samensmelting die mijn ziel diep raakt. De schoonheid, het gemis, intens verdriet … . De krachtige pose van een jonge god, die rennend schaduwen achterlaat op het glinsterende strand. Afdrukken, even tijdelijk als de momenten die wij met elkaar deelden. In hoog tempo raasde jij door het leven. Was iedere beweging elegant en onderwierp ik mijn waarneming aan de dynamiek waarmee jij als vanzelfsprekend, vooraf ingecalculeerde afstanden overwon. De herinneringen aan mijn held, mijn allerbeste vriend, aan wie ik een mensenleven verschuldigd ben. De stilte waarin ik mij begeef, ‘Solitude’ is mijn zijn, daar zijn, alleen met jou.

Walking in Ireland




Het meest besproken land, waar al wat niet mogelijk is, wel gebeurt. Verhalen zo waarachtig verteld, dat je erin gaat geloven. Na een laatste ‘Guinness’ zwalkend over een gitzwart pad terug naar een door rotsblokken omgeven tent. De in Ierse stemming geproduceerde noten galmden nog na. Een harde wind boog de takken en regen verkoelde onze gezichten. Onheilspellend kraakten bomen als voorbode dat zij zouden breken. Zippende ritsen en bibberend koud geworden beentjes verstoorden de nacht. Het comfort van aaneengeritste slaapzakken, flinterdun tentdoek, de warmte van jouw nabijheid, geen molecuul ruimte; dichterbij jou kon ik niet komen.

Aubade pour Luno




Ik hield je in een hand, sporen van scherpe tandjes, geperforeerde huid. Doezelend op schoot, tomeloze energie. Verblijdde, ongrijpbaar draaiend om mij heen. Een zwiepende staart, oprechte blik, scherpte en vrolijkheid, zachte vacht, de zo kwetsbare huid. Je was er altijd. Niemand zag mij zoals jij, niemand hoorde de spelletjes, spelend op veerkrachtige snaren. Samen vingen we veel wind, kliedernat, gevlucht zodra het niet meer veilig voor ons was … . Jouw onvoorstelbare kracht, gracieus, pirouetterend, atletisch van rots tot rots; zwemmend in snelstromende riviertjes. Wat was jij mooi, zo lief en empathisch, sociaal en sodemieters eigenwijs. Samen luisterend naar Bach en Pärt. De eerste noot uit mijn gitaar toverend kroop je tegen mij aan. Muziek bracht ons rust, jij gaf mij rust … . Zolang ik er ben, ben jij er ook. 😉